Het knaagt in het onderwijs; dat is duidelijk. Maar ga er eens over praten met iemand buiten het onderwijs:
“Maar jullie hebben toch heel veel vakantie?….nou dan!” Uitgepraat ben je. Of toch niet?

Nee, natuurlijk niet. Die dooddoener is wel bekend inmiddels. Daarmee versterk je de frustratie nog eens fijntjes. Want het zal je maar gebeuren dat je een vak hebt geleerd en daar met passie aan begint; dat die passie ontaard in onmacht over de invulling van je eigen vak. Maar je moet niet zeuren, want veel vakantie. Neem een voorbeeld aan presentatoren van door belastinggeld gefinancierde omroepen: die hebben drie maanden vakantie in de zomer en hun dikke salaris mogen ze meenemen: die klagen toch ook niet… O wacht, deze vergelijking klopt niet helemaal: ‘iets met salaris’ loopt niet parallel.

Leerkrachten hebben veel supporters, dat wel: mensen die aan de zijkant staan te schreeuwen dat je een luizenleven hebt; van boven mensen die vinden dat je naast leerkracht ook best een administratiekantoor kunt runnen om iedere zucht van een kind te kunnen registreren (want we willen wel alles op papier zien). Ondertussen achter je rug, op het schoolplein ouders met hun favoriete schoolpleingesprekken: ‘mijn kind komt echt tekort op deze school, bij deze juf…, laatst kreeg hij zelfs gewoon een keer straf!’. En onder je staan wankelende benen inmiddels: ‘voldoe ik nog wel; wil ik dit; hoort iemand mij?’.

Je zou iedereen toch een snuffelstage onderwijs gunnen: kijk even mee voordat je oordeelt, kijk even mee voordat je er taken bij gooit, kijk even mee voordat verhaal komt halen over kwaliteit.

Het onderwijs als maatschappelijke helpdesk: waar we zelf tekortschieten in de maatschappij, daar moet ‘het onderwijs’ het oplossen. Sociaal werker, advocaat, rechter, lifestyle coach, predikant, voedingsdeskundige, wijkagent, …zomaar een paar beroepen, kort samengevat als leerkracht. Logischerwijs krijg je van al die beroepen ook de vakantiedagen bij elkaar opgeteld. Schrale troost.

 

Cartoon: Niels Bongers